Foto gemaakt door Onbekend, maar iedereen had hem kunnen maken - Nederland
Foto gemaakt door Onbekend, maar iedereen had hem kunnen makenNederland
Nu

Het typische van typisch Hollands zomerweer

We hebben af en toe de nodige extremen, maar vaak hoor je weermensen praten over een 'typisch Hollands zomerweertje'. Waarom is dat eigenlijk zo typisch?

Als je zonder enige kennis van zaken het weerbericht zou moeten doen, kun je het beste gokken op “zon, wolken en een enkele bui, bij een zuidwestenwind.” Zeker komende week zit je er dan helemaal niet ver naast. Met ook nog heel gemiddelde temperaturen voor deze tijd van het jaar, lijkt alles aan het weer ‘normaal’.

Er zijn periodes in de zomer dat het bijna elke dag hetzelfde liedje is. In de week die achter ons ligt, maar ook in die voor ons, zien we regelmatig hetzelfde patroon. Let er maar eens op: ‘s ochtends is het vrij zonnig, dan ontstaan er steeds meer stapelwolken, in de middag valt er uit een van de wolken een bui, en ’s avonds verdwijnen die wolken weer. Waarom gaat dat elke keer zo?

We noemen dat de dagelijkse gang. Want de processen die dit veroorzaken, vinden bijna elke dag plaats. Het belangrijkste zekerheidje: elke dag komt de zon op, en gaat weer onder. De rest heeft alles te maken met vocht. Dat zit zo.

Stijgende druppeltjes

De lucht om ons heen bevat vocht, in meer of mindere mate. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht. Als de zon opkomt, wordt het langzaam warmer. Warme lucht stijgt op, en daarmee ook de waterdamp die in die lucht zit. Onderweg naar boven koelt de lucht langzaam af. En hoe kouder het wordt, hoe minder vocht erin ‘past’. Op een gegeven moment is de lucht dus verzadigd, en op dat moment zal de waterdamp overgaan in kleine druppeltjes. Een heleboel van die druppeltjes bij elkaar vormen een wolk. En daar heb je ze dan: de vriendelijke stapelwolkjes, die we ook kennen als ‘typische Hollandse wolkenlucht’.

Cumuli

Je hebt hele kleine, beginnende stapelwolken. Witte dotjes in de blauwe lucht. Die noemen we ‘cumulus humilis’, dat letterlijk ‘bescheiden’ stapelwolk betekent. Stijgt de lucht wat verder en ontwikkelt de wolk wat meer, krijg je een ‘cumulus mediocris’: een ‘middelbare’ stapelwolk. Is de warmte sterk genoeg om de lucht nog verder te doen stijgen, ontwikkelt de wolk nog verder en krijg je die bekende bloemkoolwolken. Het is de ‘cumulus congestus’, oftewel de opgebolde stapelwolk. Als er genoeg vocht is, en deze wolken ver genoeg kunnen ontwikkelen, zullen de druppeltjes te zwaar worden, en naar beneden vallen. Voilà, een bui. Je zult nu ook begrijpen, dat wanneer het ’s avonds weer afkoelt, dat precies andersom werkt. De wolken lossen weer op, en je ziet het steeds verder opklaren. De volgende heldere nacht dient zich aan.

Als de lucht heel droog is, zul je nauwelijks bewolking zien. In juni hebben we bijvoorbeeld heel veel van die dagen gehad dat het voortdurend strakblauw was. In het algemeen geldt: als de wind vanuit het zuiden of oosten waait, en dus vanaf land komt, is de lucht droger dan wanneer de wind vanaf zee komt. De zee is een enorme bak water die staat te verdampen, en al dat vocht wordt dan meegevoerd onze kant op. Dan is er dus veel meer vocht voorradig om buien te vormen.

Dit alles gebeurt natuurlijk vooral als het vrij rustig weer is, waarbij er verder niet veel gebeurt. Het wordt uiteraard een ander verhaal als er bijvoorbeeld een front langskomt. Dan heb je vaak te maken met een heel plakkaat van bewolking dat binnenschuift, en al dan niet regen meebrengt. Dat lijkt later komende week weer af en toe te gebeuren. Maar eerst gaat het na het weekend z’n rustige, dagelijkse gangetje.

Dorien BouwmanMediameteoroloog