Hoe reageert begroeiing op extreme temperaturen in duinpannen?
Op Weer.nl volgen we al een tijdje vrieskoujagers Karel Holvoet en Pieter Bliek die in diverse duinpannen in het noordwesten en noorden van Nederland meten hoe de temperaturen er zich gedragen. Ze doen dat ook op enkele notoir koude plekken op de Veluwe. Pieter Bliek breidt het onderzoek nu uit. Met hulp van natuuronderzoeker Harrie van der Hagen probeert hij uit te vinden in hoeverre het klimaat, met de extreme temperatuurwisselingen, in de duinpannen van invloed is op de vegetatie daar.Op 22 maart hebben Pieter Bliek en Harrie van der Hagen daarom vijf, door Pieter geselecteerde duinpannen (Castricum aan Zee, Wimmenum / Egmond aan den Hoef, Bergen Diep, Bol-2, Camperduin) in het Noord-Hollands Duinreservaat en in de Schoorlse duinen bezocht. Daar hebben ze de meetstations bekeken en geprobeerd de samenstelling van de begroeiing vast te stellen (voor zover dat in maart al mogelijk is). Verder hebben ze in de omgeving van de kommen vergelijkbare gebiedjes gezocht, die niet of aanzienlijk minder onder invloed staan van de extreme klimaatkenmerken in de kom.

Opzet vegetatiestudie
De eerste opzet is om op de vijf locaties in de diepe kommen en de vijf tegenhangers in de buurt twee typen vegetatie-onderzoek op te starten:
- Het (vooralsnog eenmalig) maken van opnamen van de vegetatie (volgens de klassieke Braun-Blanquet methode)
- Het maken van foto’s met een camera voor beeldanalyse op basis van kunstmatige intelligentie. De frequentie hiervan moet nog worden vastgesteld, maar vooralsnog wordt van éénmaal per maand uitgegaan.
Kalkrijke duinen
Op de drie locaties in de kalkrijke duinen Castricum aan Zee, Wimmenum en Bergen Diep werden nu zowel ín als nabij de kom soorten van reguliere duingraslanden aangetroffen. Dit waren onder andere Jacobskruiskruid, Gewoon Biggenkruid, Zandzegge, Duinriet, Zandpaardenbloem, Veldbeemdgras en Geel Walstro (en een oude bloeistengel van een Bremraap op locatie Castricum aan Zee).
Opvallende verschillen waren dat in de kom het aandeel van Duinriet/Zandzegge dominant was en mossen grotendeels ontbraken. Dit in tegenstelling tot de locaties buiten de kom, waar nauwelijks sprake was van (dominante) vergrassing en mossen juist overvloedig aanwezig waren. De locatie Bergen Diep week hierin iets af, omdat in de kom in beperkte mate ook mossen aanwezig waren. Alle locaties worden op enigerlei wijze door vee begraasd.
Kalkarme duinen
Zoals vaak in het Waddendistrict bestond de vegetatie van locaties Bol-2 en Camperduin uit een heidebegroeiing met mossen en kortmossen; vooral de mossen en korstmossen domineren. Daarnaast komen verspreid Struikheide en Kraaiheide voor.
Opvallend was hier het opnieuw ín de beide diepe kommen dominanter aanwezig zijn van (schijn-)grassen. Op het oog werden geen grote verschillen waargenomen in de samenstelling van de mossen en korstmossen. Dat laatste moet nog beter worden onderzocht.
Onderzoek gaat door
De komende maanden gaat het onderzoek door. Mochten er bijzondere uitkomsten zijn, dan zullen we die uiteraard op Weer.nl melden. Het is de bedoeling dat het onderzoek tot enkele wetenschappelijke publicaties leidt. Op termijn hoopt Pieter Bliek op basis van zijn onderzoeken een promotietraject in te kunnen gaan.
