Foto gemaakt door Chantal van Tol - Nieuwe Wetering
Foto gemaakt door Chantal van TolNieuwe Wetering
Nu

Laag koudegetal deze winter

Het Hellmanngetal, ook wel koudegetal genoemd, wordt in Nederland en Duitsland gebruikt om de strengheid van de winter weer te geven. Het seizoen waarin dit wordt gemeten loopt van 1 november tot en met 31 maart en is dus net voorbij. Het Hellmanngetal van de winter van 2024-2025 is 6,7, wat aangeeft dat de winter buitengewoon zacht was. Hoe komt dit getal tot stand?

Puntensysteem

Grondlegger van het Hellmann koudegetal is de Duitse meteoroloog en klimatoloog Gustav Johann Georg Hellmann. Het Hellmanngetal wordt puntsgewijs berekend als de gemiddelde temperatuur in De Bilt een etmaal lang onder de 0 ligt. Voor elke tiende van een graad onder 0 worden er punten aan de winter toegekend, gelijk aan de temperatuur met het minteken weggelaten. Bijvoorbeeld op 2 februari 2025 was de gemiddelde temperatuur -1,3 en wordt er dus 1,3 punt bij het Hellmanngetal opgeteld. De som van alle negatieve etmaalgemiddelden bepaalt het koudegetal van die winterperiode. Het Hellmanngetal van 2025 heeft betrekking op de periode 1 november 2024 t/m 31 maart 2025.

De strengheid van een winter wordt met behulp van het Hellmanngetal geclassificeerd. Onder de 40 was het een zachte winter en boven de 100 was de winter koud. Een strenge winter heeft een Hellmanngetal van boven de 300, maar dat gebeurt zeer zelden; slechts drie keer in de meetgeschiedenis is dat voorgekomen (1942, 1947 en 1963).

Voor- en nadelen

Het Hellmanngetal is nuttig om koude tussen winters te vergelijken. Het voordeel is dat de intensiteit van koude periodes kan worden vastgelegd zonder dat het moet opwegen tegen warmere periodes tussendoor. Tegelijkertijd kan het een ongenuanceerd beeld van de winter schetsen omdat het Hellmanngetal hoog kan zijn door een paar zeer koude dagen in een verder over het algemeen milde winter. Bij een mild klimaat kan de sterkte van winters onderschat worden als er aanzienlijke nachtvorst is, maar de temperaturen overdag boven het vriespunt uitkomen.

Voor een compleet beeld van de winter is het daarom zinvol om naar vergelijkbare meetmethodes te kijken, zoals de gemiddelde wintertemperatuur, vorstdagen en ijsdagen.

Trends in het koudegetal

De laatste winter die als ‘koud’ werd geclassificeerd en dus een Hellmanngetal boven de 100 had was de winter van 1996-1997. Sindsdien verliepen 21 van de 28 winters zacht tot buitengewoon zacht. Sinds 2014 had elke winter een Hellmanngetal onder de 40 en zes keer was het getal kleiner dan 10. Van de afgelopen 25 winters staan er 12 op de onderste 25 plekken met een laag koudegetal. Het jaar 2010 staat op plaats 32 met een getal van 94,7, de hoogste positie van de huidige eeuw.

Gemiddeld over aansluitende perioden van 30 jaar neemt het Hellmanngetal af sinds de jaren ’50. In de voorlaatste klimaatperiode (1981-2010) is het gemiddelde Hellmanngetal 57,2 en in de laatste klimaatperiode 43,9 – een afname van 23%. In de vorige eeuw bedroeg het 30-jarige gemiddelde Hellmanngetal een waarde tussen de 70 en 100. Sinds de overgang naar de 21e eeuw ligt het gemiddelde Hellmanngetal een stuk lager, tussen de 40 en 60.

Een duidelijke trend is zichtbaar in een grafiek van het koudegetal tegen de tijd. De meeste winters van de laatste 35 jaar werden als zacht of zeer zacht geclassificeerd en enkele zelfs buitengewoon zacht. Vóór deze eeuw was een getal boven de 100 niet heel uitzonderlijk, maar dat is al bijna 30 jaar niet meer voorgekomen. De grenswaarde voor koude winters is relatief streng en het uitblijven van koude winters leidt tot de vraag of de normen voor de classificatie van het Hellmanngetal moeten worden aangepast aan het nieuwe, mildere klimaat. Er kunnen dan kleinere verschillen aan winterkou worden aangetoond, zoals het onderscheid tussen een lage gemiddelde temperatuur of een lagere gevoelstemperatuur. Niet alleen kijken naar de etmaalgemiddelde temperatuur, maar ook juist naar de minimumtemperatuur kan ook extra nuance geven aan het koudegetal.